KRAAKBEEN

Kraakbeenbeschadiging

Aan de uiteinden van de gewrichten bevindt zich kraakbeen dat enkele belangrijke functies heeft:

  • Het zorgt voor een oppervlakte dat wrijving tussen botten voorkomt.
  • Het kan vervormen zonder te beschadigen.
  • Het leidt belastingen van het bovenliggende bot door naar het onderliggende bot.
  • Het verzorgt de voeding voor de kraakbeencellen.

Herstellen van kraakbeen

Doordat kraakbeen geen bloedvaten of zenuwen bevat is het weefsel dat moeilijk herstelt. Daarnaast geeft beschadiging van kraakbeen geen pijnsignaal. De pijn na een kraakbeenbeschadiging komt van geïrriteerde of beschadigde omliggende structuren rond het kraakbeen.

Oorzaken beschadigd kraakbeen

Een kraakbeenbeschadiging ontstaat vaak door sportletsel. Maar ook het verwijderen van de meniscus, ontstekingen, reumatische aandoeningen en artrose zijn mogelijke oorzaken. Kraakbeenletsel dat niet wordt behandeld, heeft een grote kans om zich uit te breiden. Er zijn vier fase van kraakbeenbeschadiging.

  • Kraakbeen met zachte plekken
  • Kraakbeen met kleine scheurtjes
  • Kraakbeen met diepe groeven en losse stukken
  • Kraakbeen dat geheel kapot is tot op het onderbot.

In de laatste fase zijn alle lagen van het kraakbeen aangetast en kunnen losse stukjes kraakbeen in de knie terecht komen. Die zorgen op hun beurt voor nog grotere beschadigingen aan het kraakbeen.

Wat zijn de klachten?

De klachten die optreden zijn: pijn, zwelling, gevoel van instabiliteit, slotklachten en het horen kraken van de knie. Voor het genezen van de beschadiging maakt het een aanzienlijk verschil of het kraakbeen alleen beschadigd is of dat er contact bestaat met het onderliggende bot. Een kraakbeenbeschadiging zal niet herstellen en een beschadiging die ook tot in het bot doorloopt, heeft kans door cellen uit het beenmerg met litteken kraakbeenweefsel te worden opgevuld.

Diagnose en onderzoek

De orthopedisch chirurg stelt de diagnose aan de hand van de aard van de klachten, een lichamelijk onderzoek, röntgenfoto's en eventueel een MRI-scan of een kijkoperatie van de knie.

De operatie

De operatie wordt door middel van een kijkoperatie uitgevoerd. Er worden enkele kleine sneetjes van ongeveer een centimeter lengte in de huid gemaakt. Via het eerste sneetje gaan de arthroscoop met spoelvocht naar binnen. De arthroscoop is een klein buisje dat via een camera met een monitor is verbonden. Het tweede sneetje zorgt voor de afvoer van het vocht. Via het derde sneetje worden de instrumenten in de knie gebracht om de ingreep uit te voeren. Om zowel voor als achter in het gewricht te kunnen kijken is het nodig om meerdere sneetjes te maken.

Om het kraakbeen te herstellen worden de beenmergcellen gestimuleerd. Losse stukjes kraakbeen en beschadigd kraakbeen worden verwijderd. Vervolgens worden gaatjes gemaakt in de botlaag onder het kraakbeen. Deze gaatjes worden door stamcellen uit het lichaam opgevuld met nieuw weefsel dat na verloop van enige maanden op kraakbeen lijkt. De oorspronkelijke kraakbeenstructuur wordt hiermee niet geheel hersteld, maar de mobiliteit en de functie van de knie worden hersteld en de pijn wordt verlicht.

Om een helder beeld te houden, wordt de operatie onder bloedleegte uitgevoerd. Dit betekent dat het bloed uit het operatiegebied wordt weggestreken en met een opgepompte bloeddrukband om het dijbeen wordt het gebied ‘bloedleeg' gehouden.